Planning

De landelijke norm stelt dat er van 1 april tot 1 oktober aan dijken gewerkt mag worden. Dit heeft te maken met de veiligheid. Het betreffen hier zeedijken en het risico van hoog water is te hoog buiten deze periode. Onder bepaalde voorwaarden mogen er aan de binnenkant van de dijk wel werkzaamheden verricht worden buiten het seizoen, zolang de veiligheid maar niet in gevaar komt. Het binnendijkse grondwerk loopt daarom in de winter wel door. Deze werkzaamheden maken de dijk niet kwetsbaarder waardoor het geen veiligheidsrisico is.

Zettingen

Op alle zeven dijktrajecten wordt tegelijk gewerkt, maar niet alle werkzaamheden kunnen elkaar direct opvolgen. Op de meeste plekken wordt de dijk opgehoogd en vanwege zettingen kan dit niet in één keer. De extra aan te brengen klei wordt laagsgewijs opgebouwd. Na elke laag krijgt de dijk één tot twee maanden rust. De ondergrond heeft namelijk tijd nodig om te zetten. Het water dat in de onderliggende grondlagen zit, wijkt anders door de druk van het nieuw aangebrachte deel. Als er te veel grond in één keer aangebracht wordt, schuift de dijk af. Daarom vinden er met tussenpozen werkzaamheden aan de dijken plaats.

Welke werkzaamheden er per dijktraject uitgevoerd gaan worden en wanneer deze plaatsvinden, is terug te lezen in de projectinformatie per dijktraject.

Header Text